7.0 - Verrekeningen
7.1 - Mutatie reserves
Tot deze categorie behoren de toevoegingen (reserveringen) en onttrekkingen aan de reserves. Tot de reserveringen behoren de lasten die verband houden met verrekeningen van taakvelden van de begroting of rekening van baten en lasten met de reserves op de balans.
Verrekeningen tussen reserves onderling gaan ofwel via begroting(swijziging) ofwel via bestemming van het resultaat.
7.2 - Mutatie voorzieningen
Tot deze categorie behoren de toevoegingen en vrijval van voorzieningen. Niet hiertoe behoren de onttrekkingen aan de voorzieningen. Deze moeten worden geboekt op de categorieën 1. t/m 5. op de balanspost P12 Voorzieningen.
Mutaties op voorzieningen, waarvan in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten is voorgeschreven dat deze rechtstreeks op de waardering van het actief in mindering gebracht dienen te worden, behoren ook via deze categorie verantwoord te worden.
7.3 - Afschrijvingen
Tot deze categorie aan de lastenkant op de taakvelden behoren de normale of extra afschrijvingen op geactiveerde kapitaallasten. Tot deze categorie aan de batenkant op de betreffende balansposten behoren de tegenboekingen van de normale of extra afschrijvingen op geactiveerde kapitaallasten.
7.4 - Toegerekende reële en bespaarde rente
De door-/toerekening van rente aan de grondexploitatie, projectfinanciering aan het betreffende taakveld en de toerekening van rente aan de taakvelden via de rente-omslag wordt geboekt op deze categorie. De toerekening gebeurd door het boeken van een negatieve last op deze categorie op het taakveld 0.5 - Treasury bij gemeenten of taakveld 0.3 - Geldleningen en uitzettingen bij provincies en via positieve lasten op de betreffende taakvelden.
Ook de rentelast over het eigen vermogen en de rente over voorzieningen wordt in de administratie verantwoord op deze categorie.
Hetzelfde geldt voor de rentebaten over het eigen vermogen; ook deze moeten (altijd) op deze categorie worden verantwoord (ook als deze uiteindelijk aan de reserves worden toegevoegd).
7.5 - Overige verrekeningen
Naast de verrekeningen zoals bedoeld onder 7.1 tot en met 7.4 zijn er nog een aantal overige soorten verrekeningen. Deze zijn opgenomen in deze categorie. De overige verrekeningen kunnen bestaan uit:
1. toerekening overheadkosten direct verbonden aan grote investeringsprojecten
Aan grote investeringen zoals grondexploitaties en omvangrijke projecten kunnen aanzienlijke overheadkosten verbonden zijn. Echter door de invoering van een apart programma overhead binnen de begroting zou de investering opeens veel minder groot lijken en de overhead juist groot. Dit kan bij meerjarige investeringen ook tot gevolg hebben dat er begrotingstekorten ontstaan terwijl dit zonder een apart taakveld overhead niet het geval zou zijn geweest.
Daarom mogen de kosten van overhead wel worden toegerekend aan de investeringsprojecten indien het niet toerekenen van overhead zou leiden tot een tekort op de begroting. Als gebruik wordt gemaakt van deze uitzondering dan moet deze wel apart worden toegelicht bij het overzicht overhead, dat onderdeel uitmaakt van de begroting (en verantwoording).
In de verdelingsmatrix wordt deze boekingswijze vormgegeven door de reële lasten met betrekking tot alle overhead wel te boeken op het taakveld overhead maar het gedeelte betreffende het ‘grote investeringsproject’ kan vervolgens worden overgeboekt via het boeken van een negatieve last op deze categorie op het taakveld overhead naar de betreffende balanspost(en).
2. activering van lasten
Bijvoorbeeld de activering van lasten met betrekking tot de bouwgrondexploitatie.
3. overboeken van activa vanuit de balans naar de exploitatie
De verkoop van een actief moet in de exploitatie worden verantwoord. Hiertoe wordt het actief op de betreffende balanspost met categorie 7.5 afgeboekt, waarbij als tegenboeking de boekwaarde van het actief als last in de exploitatie op het geëigende taakveld wordt genomen. De verkoop vindt op dit taakveld vervolgens plaats tegen de opbrengstwaarde met categorie 3.2 (bij materiële vaste activa) of categorie 6.1 bij effecten.
4. mutaties activa en passiva die niet het gevolg zijn van een economische transactie
Een economische transactie is een ruil of een overdracht waaraan betrokken partijen vrijwillig deelnemen. Alleen deze economische transacties mogen meetellen in het EMU-saldo. Lasten en baten aangaande niet-economische transacties mogen daarom niet op categorieën worden geboekt die worden gebruikt bij de bepaling van het EMU-saldo, i.e. alle categorieën met uitzondering van de categorieën die vallen onder de Verrekeningen (5x).
Voorbeelden van mutaties van activa en passiva die niet het gevolg zijn van een economische transactie zijn:
- noodgedwongen (eenzijdig) afschrijven van een vordering, bijvoorbeeld omdat de schuldenaar deze niet erkent of failliet is gegaan (boeking bij uitspraak rechter). NB uitzondering hierop is het afboeken van oninbare belastingen en heffingen indien de opbrengst hiervan wordt gerapporteerd op basis van aanslagen (zie 2. Belastingen en 3.7 Leges en andere rechten). Indien voor het afschrijven van de vordering een voorziening was getroffen dan wordt in de balans zowel de betreffende vordering als de voorzieningen via categorie 7.2 verlaagd. Indien er geen voorziening was getroffen dan vindt tegenboeking van de afschrijving van de vordering plaats in de exploitatie;
- afboekingen van materiële activa vanwege diefstal of natuurrampen;
- herwaarderingen van duurzame (lees: over lengte van aantal jaren en aantoonbare) waardevermindering. Bijvoorbeeld het afwaarderen van de bouwgrondexploitatie;
- herclassificatie of herstructurering van de eigen instelling, zoals het opgaan van een gemeenschappelijke regeling in een gemeente, waardoor activa en passiva van de gemeente toenemen of juist het afsplitsen van een onderdeel of dienst, waardoor activa en passiva van de gemeente afnemen;
- herclassificatie van activa en passiva.